VMBO en leerwegen

De eerste twee jaar van het vmbo heten onderbouw. Je krijgt dan algemene vakken, zoals Nederlands, Engels, wiskunde, biologie, natuur- en scheikunde, geschiedenis, aardrijkskunde, tekenen en lichamelijke opvoeding, wat iedereen gymnastiek noemt.


PSO

Ook krijg je oriëntatielessen. In deze lessen maak je kennis met allerlei sectoren. Bijvoorbeeld Groen, Economie, Zorg & Welzijn en Techniek. Praktische Sector Oriëntatie (PSO) noemen wij dat. Zo ontdek je welke studierichting later bij jou past.
 

Bovenbouw

Na de onderbouw komt de bovenbouw. Dan kies je voor een leerweg. Een leerweg is het niveau waarop je het vmbo volgt. Een leerweg kan heel theoretisch zijn of juist heel praktisch. Er zijn er vier: basisberoepsgerichte leerweg, kaderberoepsgerichte leerweg, gemengde leerweg of theoretische leerweg. Voor leerlingen die liever al werken, is het mogelijk om via het leerwerktraject het diploma te halen.

 

Stage

In het derde en vierde jaar loop je stage. Bij sommige scholen doe je dat ook al in het tweede jaar. Je loopt stage op een of meerdere bedrijven. Die mag je zelf uitzoeken, in overleg met de docent. Je kunt dan proberen hoe het is om in een bedrijf te werken. Je krijgt veel kennis en ervaring en die komen later goed van pas.